Hoi Allemaal,

Iedereen die zich opgeeft voor mijn nieuwsbrief, krijgt een gratis e-boek. Dat gaat over hoe je zelfvertrouwen krijgt. Daar heb ik ervaring mee. Ik vertel wat ik heb geleerd, dus met het boek kunt u ook zelfvertrouwen krijgen. Of u stuurt het aan iemand anders die het nodig heeft.

Als u denkt, ik wil die nieuwsbrief ook, stuur me dan een mail: huiskaterbert@xs4all.nl

Zet in de mail  alleen het woord nieuwsbrief en dan weet ik genoeg!!

groetjes, Bert

Advertenties

Ben ik al gebeld?

   Eerlijk waar, ik slaap nogal eens door de dingen heen. Dus het kan best zijn dat ik een dingetje heb gemist. Ben ik al gebeld door Den Haag?

Vroeger was ik een straatkater dus ik weet best wat het leven is. Het kan heel moeilijk zijn, maar je kunt ook meevallers hebben dat is wanneer je opeens van een lief iemand te eten krijgt.

Na de straat zat ik een tijdje in het asiel en nou ben ik gediplomeerd binnenkater. En ik heb verkering met Loesje. Dus ik heb heel veel van het leven gezien, dat bedoel ik.

Eigenlijk vind ik dus en daarom ook dat ik best in de regering kan. Dat ik macht krijg. Want dan ga ik zorgen voor dieren en mensen, dat iedereen veilig is.

Maar ik moet wel kunnen blijven slapen en ik heb ook tijd nodig voor het borstkroelen want daar word ik gelukkig van. Dus misschien kan het niet. Daar moet ik ook realistisch in zijn.

Ik vind het toch belangrijk om te zeggen. Omdat dieren ook meetellen en ook een stem moeten hebben.  Ik stem altijd op de Partij van de Dieren, ook al mag ik daar als dier weer geen lid van worden. Dat is best gek, dat wil ik ook nog even zeggen.

Als ik naar niks kijk

 Als kater heb ik soms een leeg momentje, en soms duurt dat leeg momentje best lang. Dan kijk ik naar niks. En dat doe ik dus ook lang. Tot mijn vrouw gilt.

Ja, dat heb ik dan weer.

Ze gilt niet echt hard, maar ik weet wel meteen dat er iets aan de hand is, met haar dus. Ook al omdat ze meteen begint te praten.

“Bertje zie je iets. Wat is er dan. Is er iets. Er is toch niet iets. Of wel. Waar kijk je nou naar. Ik wil het niet weten. Kon je het maar zeggen.”

Nou dan weet ik het wel. Ze is bang voor inbrekers en geesten tegelijkertijd. Alleen omdat ik even een leeg moment had.

Dat is natuurlijk voorbij als ze zo tegen me roept. Ik voel me dan gespannen omdat zij het is. Dus dan moet ik gapen, dat is om weer goed te worden. Begint ze weer.

“Er is niks he Bert, anders zou je niet zo gapen. Nou ik ben blij dat je zo gaapt kon ik het ook maar.”

Dan moet ik natuurlijk weer gapen en flink ook. Dat lege moment is helemaal weg. Ik ga me wassen of een kopje geven aan het bed. Vind ik fijn. Ook omdat mijn vrouw er dan weer rustig van wordt.

Serieus, ik wist niet dat dit bij het leven als huiskater hoorde.

Hoe Nala haar eigen mens uitkoos

  Nog een keer kijken en jawel, daar ligt Nala. Als een prinses. Ze heeft een warm plekje gevonden, bij de mens van haar keuze.

De man op wie Nala zo prinsesheerlijk ligt, is Marc Nelson. Hij leidde gewoon zijn leven op de Filipijnen en dacht eigenlijk dat hij geen kattenman was.  Sterker nog, hij dacht niet zo aan katten.

Dat veranderde op de dag dat zijn dochter hem vertelde dat er op het strand een kitten in de problemen was. Er waren honden.  Zijn dochter had de honden weggeduwd maar dat kitten…. daar voelde ze zich bezorgd over.

Marc naar het strand. Geen kitten te zien. Dus hij zoeken en zoeken, en pas toen het donker werd, hoorde hij bij een kokosnootpalm een klein piepend miauwtje.

Daar was een klein grijs gestreept poesje. Alleen. De moederpoes was nergens te zien. Ze wilde mee.

Marc wikkelde haar in een handdoek en nam haar mee terug naar de bewoonde wereld.  Met hulp van anderen bereidde hij zich voor op de eerste nacht: het kitten moest vaak eten krijgen, warm blijven in haar doos en  ze had ook knuffels nodig.

De dagen vlogen voorbij. Marc had het drukker dan hij zich ooit kon indenken. Hij moest vader en moeder en vriend van het kitten zijn.  Maar het ging hem uitstekend af.

Nu is Nala een gezonde mooie dame van zo’n twee jaar oud. Ze slaapt nog steeds graag bij de man die ze als kitten uitkoos.

En Marc? Hij weet niet beter dan dat hij een echte kattenman is. Nala bewijst het.

Snoepjes van de buren

Dat pootje! Dat koppie! Die oogjes met de verschillende kleuren! Dit is Mama, zo heet ze, en elke dag staat ze zo bij de buren. Want de buren hebben snoep.

Dag in, dag uit komt de witte Mama zich dus melden. Ze houdt van snoep en ze weet bovendien dat na het snoep de knuffels komen. Ze hoeft het alleen maar te vragen en dat doet ze dus.

Het berichtje over Mama verscheen op een Amerikaanse site en nu reist het de wereld rond. De buren – die vast een megavoorraad snoep hebben aangelegd – schreven over hun dagelijkse gast die nu al een jaar lang zich meldt.

Mama wacht op de achtergalerij van de buren tot ze iemand in huis ziet bewegen. Dan klopt ze met haar voorpootje op de achterdeur: oehoe, ik ben er! Ze miauwt.

Ziet ze niemand, dan wacht ze tot de buren thuis komen. Ze zit. Ze kijkt. Ze gaat liggen. Ze slaapt even. Want de ervaring heeft geleerd, dat wachten de moeite waard is. Het kan lang of kort duren, maar het snoep en de knuffels komen.

En daarna gaat ze weer naar haar eigen huis.

(Bron: Lovemeow.com)

Nog steeds limonade

Als huiskater heb ik mijn vaste dingen en die vaste dingen vind ik fijn. Dus er moet niets veranderen. Dat heb ik ook met de limonade.

U denkt misschien nou die Bertje krijgt ook van alles, is dat wel gezond. Maar ik krijg helemaal niet van alles. Limonade voor mij is water op een bordje en dan iets lekkers erdoor, dan lust ik het. Zo drink ik dus water, ik bedoel limonade. Mijn vrouw blijft er dan even bij en ze legt uit wat er in de limonade zit, en ze vertelt of ik het al eerder heb gehad en hoe dat was. Als ik voel van nou-ik-weet-het-niet, stopt ze haar vinger in de limonade en dan kan ik het van die vinger af ruiken en aflikken. Dan weet ik: oja, dat lust ik.

En pas dan drink ik.

Dat van die limonade had mijn vrouw bedacht op een hele warme dag. Eerst dronk ik gewoon water. Niet gemakkelijk, maar ik dronk het wel.
Alleen als je kunt kiezen tussen water en limonade, dan kies je natuurlijk limonade. Dus ik hield op met water drinken.
Daar werd mijn vrouw zenuwachtig van.
“Bertje, drink nou.”
Ik ging voor de deur naar de keuken zitten.
“Wil je liever limonade?”
“Mewww.”

En daar stond het bordje al.

Toen waren die hele warme dagen voorbij. Opeens verdween de limonade. Maar ik ging zeker weten geen gewoon water drinken. Bleeh.

“Bertje, drink nou.”
Daar gingen we weer.
Dus ik naar de keukendeur.
“Wil je nog steeds limonade?”
“Mewww.”

Lekker hoor, water met zalm.

(Dit blog verscheen evenals andere blogs bij de Vereniging Kattenzorg)

 

Als er opeens iets fijns is

  Gisteren was er opeens zon. Ik snapte het eerst niet. Want de verwarming staat aan en ik krijg al een wintervacht.  Dus ik wist niet goed wat ik moest doen.

Als er iets moeilijks is, snap ik het wel  In het begin toen de glazenwasser kwam, vond ik dat heel erg moeilijk. Dan kwam mijn vrouw bij me zitten en als de glazenwasser weg was kreeg ik een snack en knuffels en een fijn gesprek. Soms ook druppeltjes. Dat hoeft nou niet meer. Het is wel spannend maar ik ben haast niet bang.

Zat ik daar met mijn wintervacht in de zon. Het was wel warm maar niet zo keiwarm als het in de zomer is. Dat je denkt dit hou ik niet uit.

Het was zo opeens, ik zag het eerlijk waar niet aankomen. Ja, wat moet je doen als er opeens iets fijns gebeurd?

Wennen. En dat deed ik dus.

Ik ging in en uit de vensterbank. Ik ging in de zon liggen. Ik kreeg poezenlimonade en ik dronk er twee keer van, dan wist ik zeker dat ik niet uitgedroogd raakte.

Zo had ik toch een fijne dag. Ik bedoel een hele fijne dag. ’s Avonds was de zon weg en toen ging ik bankhangen, dat was ook al fijn.

Toen we naar bed gingen, zei mijn vrouw dat het helemaal niet gek was dat ik moest wennen, want dat heel veel anderen dat ook moesten vandaag. Zij was in haar winterjas naar buiten gegaan, dus net als ik met mijn wintervacht maar dan toch anders.

Over een grote man en een klein kitten

  Hallo, Harley! Daar zit ze, als een kleine prinses in de vensterbank. Harley kwam als kitten in  de opvang Kitten Inn te Nieuw-Zeeland.  En hoe ze daar kwam, dat is een hartverwarmend verhaal.

Op een dag, heel vroeg in de ochtend, werd er op de deur van de Kitten Inn geklopt. Heel vroeg wil zeggen: drie uur ’s nachts. Toen ze de deur openden, stond er een grote beer van een ventr, met een baard en vol tatoeages.  Hij maakte een stoere en ietwat gevaarlijke indruk. De man stak een hand in zijn jas.

Oei.

Maar toen hij zijn hand weer uit de jas haalde, zat er een piepklein kitten in. Hij had het uit een moeilijke situatie gered en zocht er nu een goed thuis voor. Met een resoluut gebaar overhandigde hij het jonge poesje en hij deed er een geldbedrag bij. Zijn naam wilde hij beslist niet noemen: “Mijn vrienden begrijpen mijn kattenliefde niet.”

Zo kwam Harley in de opvang terecht. Ze werd genoemd naar de redder, die Harley’s Angel was.

Harley groeide niet zo goed. Ze was voorbestemd om klein te blijven – zelfs nu nog, als volwassen damespoes van ruim twee jaar, is ze vergelijkbaar met een jong kitten. Maar ze groeide wel op een  andere manier: ze werd open, sociaal, hartelijk en ze bleek heel veel liefde en knuffels te willen geven. Ze sloot vriendschap met alle kittens en mensen van de opvang. En ze woont er nu voor altijd. Harley heeft haar plaats gevonden. Haar redder-vader zou trots op haar zijn.

(bron: Lovemeow.com)